06 november 2010

Harry Mulisch


Het eerste boek van Harry Mulisch dat ik nooit las was De Aanslag. Dat kwam omdat ik het mijn leraar Nederlands niet gunde. Die leraar was er als liefhebber van Mulisch voor verantwoordelijk dat we tijdens het door hem georganiseerde toneelkamp een voorstelling maakten gebaseerd op Het Mirakel. Die bundel had maar één echt personage een zekere meneer Tienoppen gespeeld door het lievelingetje van de leraar Nederlands. De rest van de groep, die waarschijnlijk net als ik met grote verwachtingen een jaar lang naar het toneelkamp het toegeleefd, werd gedegradeerd tot figurant.

Tijdens de uitvoering stond ik op het podium waar ik zo nu en dan op een trommel moest slaan. Van het toneelstuk herinner ik mij weinig tot niets. Behalve dan de verveelde blikken uit de zaal, die ik als figurant rustig vanaf het podium kon bestuderen. Terwijl ik daar op het podium stond vroeg ik mij af wie zich meer geneerden, zij of ik. Alleen de leraar Nederlands had een fantastische avond. Zijn Mulisch bewerking had het tot het podium geschopt. Om hem te straffen, maar vooral ook om niet herinnerd te worden aan dat toneelkamp, besloot ik zolang ik op school zat geen boek van Mulisch meer aan te raken.

Ook aan de verfilming van De Aanslag ben ik nooit toegekomen. Wel zapte ik er een keer toevallig langs. Ik zag Huub van der Lubbe op een herenfiets door de oorlog rijden. Een beeld dat mij niet verleide om het boek alsnog op te pakken.

Het tweede boek van Mulisch dat ik nooit las was De Zaak 40/61. Wel las ik Eichamnn in Jerusalem. Het boek werd steeds in één adem genoemd met De Zaak 40/61. Hanna Ahrendt had in Mulisch een geestverwant begreep ik. Dat pleitte voor de schepper van Meneer Tienoppen. Maar ja, waarom twee keer het zelfde boek lezen?

Het laatste boek van Mulisch dat ik nooit las was de Ontdekking van de Hemel. Steeds meer mensen om mij heen wilden dat ik het ook alle 1000 pagina’s zou lezen. Ik kon mij nooit ontrekken aan het vermoeden dat hier sprake was van een zekere mate van cognitieve dissonantie*. Maar juist die vrienden op wiens mening ik gewent ben te vertrouwen bleven stil. Net toen ik overwoog de proef op de som te nemen ging Jeroen Krabbe er mee aan de slag. De publiciteit voor de film ging gepaard met zoveel ernst en ontzag dat ik nog aan de film nog aan het boek ooit ben toegekomen.
Het doorlezen van de eerste stukjes die na het overlijden van Mulisch verschenen bevestigden mijn vermoeden dat ik wat gemist heb. Maar na lezing van het vijftigste herdenkingsstukje heb ik mijn portie voorlopig weer gehad.

*moeilijk woord om te voorkomen dat dit stukje niet als anti-intellectualistisch wordt gelezen.

wat ik stiekem wel las….