11 september 2011
Parool Opinie 2001
Tien jaar na de aanslagen van 11 september 2001 vallen kranten een tijdschriften over elkaar heen om aandacht te besteden aan humor na de aanslagen in Amerika. Die discussie heeft iets potsierlijks vanwege de sugerstie dat er tot de aanslagen van 11 september 2001 nooit iets gebeurd is dat zo erg was. Dieptepunt was deze week een VARA programma waarin ‘cabaretière" Jetty Mathurin verklaarde nooit een grap of opmerking te maken die mensen kon kwetsen. Waarmee ze voor het gemak er van uit ging dat mensen die gekwetst worden altijd gelijk hebben. Laat ik mij als cabaretier nu net gekwetst voelen door dergelijke onzin.
Vlak na 11 September 2001 herinner ik mij een eigenaardig essay waarin Michael Zeeman stelde dat er nu geen plek meer zou zijn voor ironie. Wat volgens mij zo iets betekent als dat er na 11 september geen ruimte meer zou zijn voor twijfel in de kunst. Die gedachte, en een oproep van Mohammed Rabbae aan satirici om geen grappen te maken over de Islam zette mij er toen toe aan dit stukje over het onderwerp in het Parool te schrijven.
Als ik tien jaar later terug kijk naar het stuk vindt ik het een tikje braaf, maar in grote lijnen ben ik het nog wel met mijzelf eens. Eigenlijk is dat jammer want als het stuk ergens over ging dan was het wel over het vermogen van satire, ironie en humor om je te laten twijfelen aan je eigen gelijk….
Behalve angst en onrust roepen de aanslagen in New York ook grappen op
Behalve angst en onrust roepen de aanslagen in Amerika ook veel grappen op, soms ronduit smakeloze. VARA dj Giel Beelen spoorde donderdagnacht zijn luisteraars aan om brieven met wit poeder naar de KRO te sturen. De VARA besloot de presentator op staande voet te ontslaan. Bijna iedereen die wel eens E-mail ontvangt, is de afgelopen maand getrakteerd op moppen en fotocollages over Bin Laden, de aanslagen en de bombardementen. Er zijn afbeeldingen van Bin Laden die Bush in de kont neukt, van Bin Laden die een ezel verkracht en van Bin Laden naast Bert uit Sesamstraat. Een afbeelding die door toedoen van een overenthousiaste aanhanger van Bin Laden zelfs opdook tijdens een Pakistaanse pro-Taliban betoging.
In Engeland heeft de hoos aan grappen over de nieuwe oorlog al tot een wetsvoorstel geleid om bepaalde grappen over religie strafbaar te stellen. Een voorstel dat de Engelse komiek Rowan Atkinson bewoog tot het schrijven van een brief aan The Times waarin hij waarschuwt dat met een dergelijke wetgeving ook sommige van zijn eigen sketches, en zelfs klassiekers als Monty Pytons Life of Brian als kwetsend en dus strafbaar kunnen worden opgevat. Volgens Atkinson is humor een voor de maatschappij dermate serieuze zaak dat de politiek er met beide handen af moet blijven.
Rowen Atkinson heeft gelijk als hij zegt dat het niet aan de overheid is om te beslissen welke grappen wel en welke grappen niet mogen. Maar er is nog een reden om juist in deze tijd humor niet te verbieden. De aanslagen in Amerika hebben in al hun gruwelijkheid duidelijk gemaakt hoe belangrijk smakeloze en ongewenste grappig kunnen zijn.
Als het de fundamentalistische zelfmoordenaars aan boord van de gekaapte vliegtuigen namelijk aan iets onbrak, dan was dat wel een gevoel voor humor. Dat klinkt als een verschrikkelijke grap, maar herbergt een ernstige boodschap.
Humor is gebaseerd op het vermogen vragen te stellen bij zekerheden. Het vermogen te durven twijfelen aan wat wel en wat niet kan.
Een goede grap, en zelfs een slechte, doet de ontvanger even wankelen. Wie bang is voor de twijfel, moet als de dood zijn voor humor.
Het is daarom de essentie van fundamentalisme om als eerste die stem in het hoofd uit te schakelen die deze twijfel zaait, die verkeerde gedachten genereert, die ons soms doet grinniken, maar soms ook laat schrikken van onze eigen hersenspinsels.
Om die stem uit te schakelen moeten fundamentalisten op hun hoede zijn voor alle informatie die zij niet kunnen controleren. Om informatie van buiten af te weren zullen zij hun eigen religieuze stukken keer op keer lezen, steeds opnieuw en dan weer opnieuw. Een tekst een paar keer goed lezen kan verhelderend zijn, maar steeds opnieuw de zelfde tekst opnemen bevorderd enkel geestelijke verstening. Maar voor alles voorkomt het twijfel.
Niet voor niets blijken er speciale handleiding te zijn opgesteld voor de kapers waarin staat hoe ze zich mentaal moeten voorberijden. Want bedreigender nog dan twijfel die van buiten komt is voor een fundamentalist de twijfel die van binnen komt. Twijfel die zomaar op komt zetten als er even niet gebeden wordt.
Het vermogen van binnen uit te twijfelen is de belangrijkste vijand van het fundamentalisme. En dat vermogen wordt gevoed door goede, maar vooral ook door slechte grappen.
Het was vaak behoorlijk schrikken als je hardop zat te lachen om de onfatsoenlijkheden van VPRO’s Rob Munz als hij dominees, negers of joden schoffeerde.
"Mag ik hier om lachen? Wil ik hier om lachen?" Het was niet voor niets dat Munz en zijn kompaan Paul Jan van der Windt hun pijlen steeds vaker op fundamentalisten richtten. TV dominees, wonderrabbijnen en Oostenrijkse neofascisten. Natuurlijk, veel pijlen misten doel, maar nogmaals, een goede grap doet wankelen, een slechte grap ook.
Zeker in deze tijden van oorlog, waarin de verschillende media ons bedelven onder een stortvloed van steeds weer de zelfde verhalen, waarin gruwelijkheden proporties aan nemen die nauwelijks of niet te bevatten zijn. Licht het gevaar van geestelijke verkalking ook bij de verre toeschouwer voordurend op de loer. Het maken van grappen kan het begin zijn om barstjes aan te brengen in die geestelijke verstaring. Om zekerheden op te schudden en opnieuw te beoordelen.
Humor is een oefening in twijfel.
Micha Wertheim
Het Parool September 2001
Op stap met Muntz en van der Wint

Volg Micha