08 september 2019

O.V.T. Vergeten

Afgelopen week werd Freek de Jonge 75 jaar. Zijn verjaardag werd gevierd met een tentoonstelling in het Groninger Museum, speciale theater voorstellingen en de documentaire Freek, die de VPRO afgelopen maandagavond uitzond.

In de documentaire praat Freek met Herman Finkers, die zich herinnert dat Freek één keer bij hem in de zaal zat en toen halverwege de voorstelling vertrok. Waarop de Jonge mompelde dat hij waarschijnlijk iets belangrijkers te doen had.

Dat geloof ik graag. Waarschijnlijk wilde Freek naar huis om zelf aan de slag te gaan. Om zelf iets nieuws te maken. Niet iedere maker is geïnteresseerd in het werk van andere makers. Een voorstelling maken vergt andere talenten dan een voorstelling bekijken. Voor allebei moet je moeite doen. Beide talenten moet je ontwikkelen.

Freek staat er om bekend dat hij vrijwel nooit naar andere cabaretiers komt kijken. Als hij al komt, is hij meestal te laat en vrijwel altijd voortijdig weer vertrokken.

Het is natuurlijk jammer dat de man die altijd beweert dat hij zo uniek is, nooit interesse heeft getoont in andermans werk, maar ik kan hem dat op geen enkele manier kwalijk nemen. Het enige waarop we Freek de Jonge zouden moeten afrekenen is dat wat hij maakt.

En natuurlijk dat wat hij gemaakt heeft.
Al is dat in het geval van Freek de Jonge natuurlijk heel erg veel.

In een vooraankondiging van de documentaire zei Freek dat Dennis Alink, die de film met hem maakte, hem benaderd had omdat hij Freeks imago wilde herstellen. Freek was, zo vertelde hij Margriet van der Linden, een paar keer verkeerd op TV geweest en daardoor was er vijftig jaar aan theatervoorstellingen naar de achtergrond verdreven en stond hij nu bekend als een wat zure, bittere man. Door de aandacht op zijn werk te vestigen [of: naar zijn werk te verleggen] hoopte hij weer wat publiek te verleiden om kennis te maken met dat oeuvre.

Ook dat begrijp ik. Momenteel tour ik met mijn voorstelling door het land en als er dan een aantal kaarten niet verkocht is, vind ik dat heel jammer. Omdat ik, net als Freek, altijd het vermoeden heb dat er genoeg mensen zijn die de voorstelling zouden waarderen, als ze maar wisten dat het iets voor hen was.

Toch kwam ik door de documentaire weinig te weten over Freeks werk. Wat we zagen waren korte, in zwart-wit gefilmde conferences, korte gesprekken en interviews die allemaal gingen over hoe belangrijk en bijzonder Freek de Jonge is. We zagen precies de man die zo wanhopig zoekt naar erkenning dat steeds meer mensen hun interesse voor hem verliezen.

Halverwege de film is Freek in gesprek met collega-cabaretier en kleinkunsthistoricus Jacques Klöters. Het gaat over de keer dat Freek, vlak na het overlijden van zijn eigen kind, op het podium over dat verschrikkelijke verlies vertelde.

‘Wist je vrouw, die in de zaal zat, dat je dat ging doen?’, vroeg Klöters, alsof dat verhaal niet al heel vaak in andere interviews was langsgekomen. ‘Nee’, zei Freek, met een blik alsof hij nu pas voor het eerst iemand over die beslissing vertelde.

En dat was nog niet eens de meest larmoyante scène uit de film.

Wat een kans was om iets inhoudelijks over het werk van Freek de Jonge te zeggen, bleef steken in een portret van een theatermaker die voortdurend bevestiging zoekt voor zijn eigen genie.

Dat is waarschijnlijk ook de reden waarom Freek op zijn verjaardag publiekelijk alle bibliotheken van Nederland het verzameld werk van Neerlands Hoop in Bange Dagen cadeau heeft gedaan. Drie boeken, negen dvd’s, drie cd’s en een EP voor iedere bibliotheek in Nederland.

Freeks angst om vergeten te worden staat in fel contrast met de onbezorgdheid van Kas & de Wolf, een theater duo dat minstens zo vernieuwend, relevant en vermakelijk was als Freek en Bram in hun hoogtijdagen. Maar van Kas & de Wolf heb ik nooit een voorstelling gezien. Ze hebben nooit een voorstelling opgenomen. Alles wat ik over Kas & de Wolf weet, heb ik van horen zeggen.

Willem de Wolf zit nu bij Compagnie de KOE, een Vlaams toneelgezelschap waar ik inmiddels groot fan van ben en waar ik geen voorstelling van mis. Hoe vaker ik ze aan het werk zie, hoe meer spijt ik heb dat ik zo veel gemist heb.

Compagnie de KOE bestond afgelopen seizoen dertig jaar. Om dat te vieren maakte ze een boek dat niets anders is dan een script waarin de acteurs zich afvragen waarom ze op het papier zo veel minder effectief zijn dan op het toneel. Het is een wonderlijk boek vol voetnoten waarin het geheim van theater besloten lijkt te liggen zonder dat je het er precies uit kunt halen.

In een van die vele voetnoten vertelt Willem de Wolf dat het geen toeval is dat hij en Ton Kas nooit een voorstelling hebben opgenomen. Volgens De Wolf onderscheidt theater zich van alle andere kunstvormen omdat het vluchtig is. Omdat je het niet kunt vastleggen. Juist in dat vluchtige en vergankelijke zit haar kracht.

Dat alles deed me denken aan de eerste les die studenten op de Archiefschool leren: dat de kunst van het archiveren niet bestaat uit het bewaren, maar uit het durven weggooien.

Ik vermoed dat dit ook voor ons geheugen werkt.

Hoe vaker ik Freek de Jonge hoor over het belang van zijn oeuvre, hoe moeilijker ik mij kan herinneren wat voor indruk hij maakte toen ik hem als vijftienjarige voor het eerst in Carré zag optreden.

Als Freek de Jonge echt wil dat we ons iets van zijn werk herinneren, dan moet hij ons ook de kans geven er heel veel van te vergeten.


Delen
Volg Micha ook op   facebook twitter