07 juni 2010

Strips strippen

In een poging serieus te worden genomen sturen subsidie gevers aan op samenwerking tussen bekende schrijvers en striptekenaars. Een tekenaar die zijn hypotheek wil betalen doet er slim aan een roman te verstrippen of gedichten van plaatjes te voorzien.

Dat die romans vaak niet geschreven zijn om verstript te worden, dat veel schrijvers geen verwantschap met striptekenaars voelen, dat gedichten beter zonder afbeelding kunnen blijven en dat strips het beste tot hun recht komen als ze een eigen taal spreken, wordt ondergeschikt gemaakt aan het verlangen van zelfbenoemde stip ambassadeurs om serieus te worden genomen.

Resultaat is dat er steeds meer boeken verschijnen die een compromis zijn tussen roman en strip. Als kunst subsidies ergens goed voor zijn, dan is dat wel het sluiten van compromissen. En wie wil er in dit land nou geen compromis in de boekenkast hebben staan?

Als deze trend zich voort zet is de kans groot dat binnen nu en vijf jaar de eerste strips, door schrijvers tot romans zullen worden bewerkt. Op die ontwikkeling heb ik alvast een voorschot genomen door een stripje van Peter de Wit dat in de Volkskrant verscheen tijdens de stripdagen, te bewerken tot een kort verhaal.

“Ik doe mee aan de verkiezingen,” hoorde Sigmund zichzelf zeggen.

Hij was het niet van plan geweest. Maar opeens hoorde hij het ook zichzelf zeggen.

“Ik doe mee aan de verkiezingen.”

Hij was het eigenlijk niet eens van plan geweest. Mee doen aan de verkiezingen. Het voornemen verbaasde hem misschien nog wel meer dan de lange blondine die naast hem aan de bar zat.

“Ik doe mee aan de verkiezingen” blijkbaar was het een zin die zich ergens in Sigmunds onbewuste had gevormd. Een zin die door de drank plotseling een weg naar buiten had weten te vinden.

Hmm- had de lange blondine aan de bar verzucht toen Sigmund zichzelf verast had met deze openbaring. Terwijl hij het zei had hij opzij naar haar omhoog gekeken. 

Er viel een stilte, en Sigmund moest denken aan zijn ouders. Die na de oorlog maar één wens hadden gehad. Een kind op de wereld zetten dat hun psychoanalytische praktijk over zou kunnen nemen. 

Ondertussen bleef Sigmund net iets te lang naar de blondine naast hem kijken. Het werd hem wel eens verweten dat hij onfatsoenlijk lang naar mensen keek. Maar wat niemand snapte was dat Sigmund blind was aan één oog, en dus wat langer moest kijken om in te schatten hoe dicht iemand bij hem in de buurt zat.

“Macht Erotiseert” antwoordde de blondine net toen Sigmund de hoop op een gesprek had opgegeven.

‘Macht Erotiseert.’ De twee woorden hingen boven de bar alsof ze er altijd hadden gehangen.

‘Macht  Erotiseert’ De glimlach op Sigmunds gezicht werd alleen maar groter.

Soms was hij jaloers op zijn jonge zusjes. Die hadden zich niets aangetrokken van de wensen van zijn ouders. Ze leken de druk niet te voelen. Zijn jongste zus leefde er vrolijk en vrij op los. Ze was weliswaar nog steeds Singel, maar op het gebied van Erotiek kwam ze niets te kort.

Hoe dat zat bij zijn oudere zus kon hij bij god niet zeggen. Die had de ondraaglijkheid van het leven niet opgelost door zich zoals haar zus te verliezen in losbandige relaties met allerhande mannen.  Die had zich overgegeven aan de zekerheid die alleen te vinden is in het geloof. Ze had zich, tot verdriet van Sigmund en zijn ouders, laten bekeren tot de islam, en bracht haar dagen door onder een pik zwart laken.

En Sigmund zelf? Waneer zou hij eindelijk durven beslissen wat hij met zijn leven aan moest? Het was een vraag die hem zijn hele leven al bezig hield, maar waar hij maar zelden hardop over na durfde te denken.

De laatste keer dat hij het ter sprake had gebracht was in zijn leer therapie.  Zoals ieder analyticus was Sigmund acht jaar in leer therapie geweest. Daar was niets bijzonders aan. Wat het bijzonder maakte was dat hij in leer therapie was gegaan bij zijn eigen moeder.

Die beslissing had tot de nodige controverse geleid binnen de vereniging voor psychoanalytici.

Onzin, had de moeder van Sigmund gezegd. Was Anna Freud niet ook gewoon bij haar vader in therapie geweest?

Als iemand in staat was om haar zoon te duiden was zij het toch zeker. Ze kende Sigmund langer dan wie dan ook. Ze was er bij geweest toen Sigmund zijn orale fase door maakte, toen hij zijn anale fase in ging en toen hij tijdens zijn oedipale fase zijn vader had geprobeerd te vermoorden.

Ze had hem zelfs getroost toen het mislukt was. Dat troosten was langzaam overgegaan in knuffelen, en van knuffelen werd het zoenen. Plotseling had ze haar zoons erectie gevoeld.

Toen ze de erectie van haar zoon in haar mond had genomen was Sigmund opeens bij zinnen gekomen. Uit pure schaamte had hij zijn beide ogen uit gestoken. In het ziekenhuis hadden er één oog kunnen redden.

Het was een gebeurtenis waar Sigmund nog iedere dag aan herinnerd werd als hij ergens de diepte niet van kon inschatten. Het was ook de gebeurtenis die er voor had gezorgd dat Sigmund geen piloot had kunnen worden, of professioneel basketballer of een ander vak waarmee je lange blonde vrouwen kon versieren.

Nee voor Sigmund zat er niets anders op dan zich verder toe te leggen op het helpen van andere lieden die net als hij zelf niets van hun leven hadden weten te maken.

Macht Erotiseert. De woorden zweefden nog boven de bar. Maar hoe langer Sigmund hun aanwezigheid voelde, hoe duidelijker het hem werd dat de enige macht die hij ooit zou krijgen, macht was over zijn patiënten.

Het is de partij voor Schizofrenen, mompelde Sigmund.

Het is de partij voor Schizofrenen, Idioten, gestoorden en manisch-depressieven.

Hij sprak de woorden in een trance. Hij sprak ze uit zonder de geschrokken reactie van de lange blonde vrouw naast hem ook maar te registreren.

Ja dat was de partij waar hij lijsttrekken van zou kunnen worden. Of misschien niet eens dat. Hij zou misschien de nummer zeven op de lijst zijn. Ja een onverkiesbare plek zou het worden. Nog onder Anna Enquist, Jennifer Melfi, Paul Weston, Louis Tas, Dr. Phil en die verschrikkelijke Bram Bakker.

Schizofrenen, idioten, gestoorden en manisch-depressieven. Daar zijn er een boel van. Meer dan vier zetels zouden ze nooit halen. Zes misschien als alle patiënten met een multipel persoonlijkheidstoornis even vaak zouden mogen stemmen als ze stemmetjes in hun hoofd hadden. Maar die dag zou Sigmund wel niet mee maken.

Sigmund keek naast zich. De lange blondine was weg. Hij had het niet eens gemerkt. Alleen haar cocktail glas stond er nog. Naast het biertje dat Sigmund net voor zich zelf had besteld.

Tja dat was zijn lot. Hij zou de rest van zijn leven op een stoel zitten luisteren naar de onoplosbare problemen van Schizofrenen, Idioten, gestoorden, manisch-depressieven, ufologen, neuroten en disfunctionelen.

Stil zitten en luisteren naar mensen die tegen zich zelf praten.

Zachtjes mompelde Sigmund de laatste drie uit dat rijtje nog eens hardop voor zich uit:

‘ufologen, neuroten en disfunctionelen.’

Zo zat Sigmund daar, aan de bar alleen, zonder diepte te zien, gevangen in zijn platte tweedimensionale wereld, hardop in zichzelf te praten. En de enige die luisterde, dat was hij zelf.

Dit praatje hoorde bij de presentatie van dit blaadje


Delen
Volg Micha ook op   facebook twitter