23 juni 2019

OVT: Vrouwen en de TUE

Deze week maakte de TU Eindhoven bekent de komende anderhalf jaar alleen vrouwen aan te willen nemen om het beschamende gebrek aan vrouwelijke medewerkers recht te trekken. Het plan is niet om incompetente vrouwen aan te stellen, maar om op zoek te gaan naar competente vrouwen. Als dat niet te vinden zijn, zullen er mannen aangesteld worden. Dat leek mij, in tegenstelling tot een aantal vrouwen die ik hoog heb zitten, helemaal geen gek idee.

Toen ik klein was zat ik op een lagere school waar behalve een meerderheid van juffen, ook drie meesters les gaven. De meesters gaven les aan de bovenbouw en één van hen, meester Beker, was tevens de baas van de school. Dat was normaal in die tijd. Op bijna alle scholen was een meester de baas.

Overblijven kon toen ik klein was niet, en dus moest mijn moeder er tussen de middag zijn om ons op te halen en weer naar school te brengen. Natuurlijk had mijn vader ook kunnen helpen, maar dat was toen, veel meer nog dan nu, niet iets dat vaders deden. Zelfs als mijn vader deeltijd had willen werken was het nog maar de vraag geweest of zijn werkgever dat mogelijk had gemaakt.

Pas toen ik zes jaar oud was durfde mijn moeder het aan om deeltijds te gaan werken. Dat kon alleen omdat onze buurvrouw,  tante Lenie, berijd was om ons, op de dagen dat mijn moeder werkte, van een lunch te voorzien.

Pas toen ik tien jaar oud was, besloot de school, onder druk van moeders die ook een carrière wilden, een overblijf programma in het leven te roepen. Ook de overblijf werd helemaal geregeld door moeders. Mijn moeder werkte ondertussen ergens waar ze de enige vrouw met kinderen was. Er werkten ook mannen met kinderen, maar vrouwen hadden of geen kinderen, of ze stopten.

Ook op mijn middelbare school was de schoolleiding tien jaar later helemaal in handen van mannen. Toen ik weer tien jaar later aan mijn studie cultuurwetenschappen begon waren alle hoogleraren en de decaan op de faculteit mannen. Er werkten wel goede vrouwen van wie ik veel leerde, maar om de één of andere reden werden die bij ons op de faculteit, waar veel aandacht was voor vrouwen studies en emancipatie geschiedenis,  geen hoogleraar.

En nu ruim veertig jaar later blijkt het in Eindhoven dus nog steeds niet te zijn gelukt om de boel eerlijk te verdelen.

Wat ik mij ook herinner is dat mijn moeder zo nu en dan thuis kwam met een Opzij die ze met de nodige ambivalentie op het station had gekocht. Ze was geen lid omdat ze zich niet thuis voelde bij vrouwen die alles door de bril van de strijd tussen de sekse zagen. Haar emancipatie bestond er vermoed ik uit dat ze juist niet gereduceerd wilde worden tot haar sekse.

Zelf las ik wel eens de interviews waarin Opzij hoofdredacteur Ciska Dresselhuys mannen tegen de feministische meetlat legde. Die mannen kregen meestal een onvoldoende of een heel laag cijfer. Voor zo ver ik weet heeft Dresselhuys nooit eens een vrouw tegen de feministische meetlat gelegd. Dat verbaasde mij dan.  De strijd om gelijke rechten kon toch niet een strijd tussen vrouwen en mannen zijn. Was het niet juist een strijd waar mannen en vrouwen samen belang bij hadden?

Inmiddels ben ik zelf vader en pluk ik dagelijks de vruchten van die strijd om gelijke rechten. Dankzij vrouwen zoals mijn moeder, maar ook dankzij Tante Lenie en de overblijf moeders die op ons pasten, maar ook dankzij vrouwen als Ciska Dresselhuys die het allemaal wat minder verfijnd aanpakten, kan ik, net als veel van mijn vrienden, de opvoeding van mijn kinderen combineren met een professionele carrière. Iets wat mijn vader en moeder niet gegund was.

Toch had ik het wel fijn  gevonden als ik ook eens een vrouwelijke hoogleraar had gehad. Zoals ik ook zou willen dat veel werkgevers, waaronder de overheid, het wat makkelijker zouden maken voor ouders om zorg en arbeid gelijkwaardig te verdelen.

Een lelijkere verdeling van mannen en vrouwen op de arbeidsmarkt is geen garantie voor vooruitgang, maar het kan volgens mij geen kwaad om zo nu en dan die verdeling een zetje in de rug te geven.

Ik begrijp dus heel goed dat zelfstandige vrouwen als Elma Drayer en Sylvia Witteman in de Volkskrant meteen duidelijk maakten dat ze niet zaten t wachten op de draconische maatregel van de TU Eindhoven. Ze willen als mens, en niet als vrouw beoordeeld worden. Ook mijn moeder was tot mijn verbazing minder enthousiast dan ik had gedacht over de plannen.

Het is natuurlijk ook nogal een belediging voor vrouwen dat gelijke rechten de afgelopen 40 jaar nog steeds niet tot gelijke kansen hebben geleid. Maar de trage manier waarop de verandering zich in mijn leven hebben voltrokken, zorgen er toch voor dat ik minder problemen heb met het experiment van de TU Eindhoven. Al was het maar omdat ik mijn zoons een iets evenwichtigere samenleving gun.

Positieve discriminatie is wat mij betreft een klein offer dat vrouwen moeten maken om gelijkheid voor iedereen iets dichter bij te brengen. Maar goed, wie ben ik als man om dat van vrouwen te vragen?

Dat de trage emancipatie van vrouwen de afgelopen 50 jaar frustrerend is, dat staat in ieder geval vast. Die frustratie wordt nog altijd het beste onder woorden gebracht door de legendarische uitspraak van Nederlands eerste vrouwelijke minister president:


Delen
Volg Micha ook op   facebook twitter