13 maart 2022

OVT: Dankbaarheid

Terwijl een nieuwe verwoestende oorlog met het uur dichterbij komt, blijven de echo’s van die andere oorlog na galmen.

Vorige week nog stond ik met de familie van mijn vaders kant, bij de herplaatsing van het zogenaamde Monument van Joodse Erkentelijkheid. Een monument, dat mijn grootvader die beeldhouder was, gemaakt had.

Op oude polygoon beelden is te zien hoe mijn grootvader, op 23 februari 1950 aanwezig was bij de onthullen. Ongeveer even oud als ik nu ben, staat hij met een ferme kuif, geflankeerd door zijn zoontje, mijn oom, op het Weesperlein. Ze worden omringt door statige mannen met hoge hoeden en een grote menigte volk dat op de plechtigheid is gekomen.

 “Een monument dat de joodse dankbaarheid vertolkt voor de hulp welk in de bezettingsjaren aan de vervolgde Nederlandse werd verleend” stelt de stem van het polygoonjournaal.

Dat het Monument van Joodse Erkentelijkheid van meet af aan controversieel was, zal weinigen verbazen. Want was het echt zo belangrijk dat die paar joden die de oorlog hadden overleefd zelf een monument bekostigden om hun dankbaarheid in steen te houden?

En was het Nederlandse volk echt zo heldhaftig geweest dat het bedankt diende te worden nog voor er ook maar een ander monument in de hoofdstad geplaatst was om de oorlog te herdenken. Zouden excuses aan de joden niet meer op zijn plaats zijn geweest? En bovendien, wie waren de joden die het monument hadden gerealiseerd om te suggereren dat ze namens alle Nederlandse joden spraken?

Allemaal legitieme bezwaren die op elegante wijze verwoord worden in de vierdelige podcast serie “Versteende Schaamte” die Eva van Leeuwen vrij onlangs over de geschiedenis van het monument maakte.

70 jaar later zat ook de gemeente Amsterdam vooral in haar maag met dit beladen, monument  van Joodse Erkentelijkheid.

Vanwege de aanleg van de metro werd het in 1968 verplaatst naar het Weesperplantsoen, waar het onlangs weer plaats moest maken voor het vorig jaar onthulde namenmonument.

“Het is,” zo verklaarde de burgemeeste na afloop van de kleine plechtigheid, “een monument dat nu eigenlijk alleen maar schaamte bij ons oproept”

Om die schaamte enigszins weg te nemen, besloot de gemeente om voor het monument een plaquette te plaatsen waarop duidelijk wordt gemaakt dat de Joodse gemeenschap weinig had om dankbaar voor te zijn.

Geen gek idee.

Zoals ik mij ook goed voor kan stellen dat er over 75 jaar naast het nu vonkelnieuwe namen monument een een plaquette zal worden geplaatst waarin de gemeente haar schaamte uitspreekt over het fijt dat het namen monument er pas kwam toen vrijwel alle overlevende van de oorlog al lang dood waren.

Monumenten zeggen vooral iets over de tijd waarin ze geplaatst worden. Ze weghalen uit het straatbeeld omdat we ons schamen voor het verleden is geen oplossing. Het plaatsen van een aanvullende plaquette kan dan een elegante oplossing zijn.

Toch zitten de schaamte van de burgemeester en de goed bedoelde woorden op de plaquette mij niet lekker.

Ik heb het er met mijn grootvader nooit over kunnen hebben, maar stel mij voor dat het vormgeven van zijn erkentelijkheid, ook een noodzakelijke stap was voor hem, om terug te kunnen keren in de Nederlandse samenleving.

Verreweg de meeste joden werden tijdens de tweede wereldoorlog door hun landgenoten in de steek gelaten. Dat is een fijt.

Maar niet allemaal!

Ik stel mij voor dat mijn Opa door dankbaarheid te tonen aan die Nederlanders die wel hun nek uit hadden gestoken, een motief creëerde voor zichzelf om de moet niet op te geven. Een motief om ondanks alles de draad weer op te pakken en verder te gaan.

Oorlog laat ons zien tot welk een gruwelijk kwaad de mens in staat is. Wie voor vrede vecht, of na de oorlog in vrede een nieuw bestaan tracht op te bouwen, heeft geen andere keus, dan zichzelf eraan te herinneren dat er ook mensen zijn, die tot het goede neigen.

Dankbaarheid, niet als een misplaatste knieval aan het gezag, maar als een moedige poging van overlevenden, om tegen beter weten in, het vertrouwen in de medemens, en daarmee de lust tot leven, weer in eigen hand te nemen.

 

 


Delen
Volg Micha ook op   facebook twitter