11 mei 2025
OVT: Wertheim park
Vorige maand deelde mijn broer een foto in de familie appgroep van een zuil bij de ingang van het Wertheimpark. Iemand had daar met zwarte verf: Nooit meer Gaza opgespoten. Een gruwelijke zin, die zo uit de mond van Benjamin Netanyahu had kunnen rollen.
Toch vermoed ik dat de persoon die de tekst spoot op de ingang van het naar mijn bedovergrootvader vernoemde park, iets anders bedoelde dan de wens dat Gaza nooit meer zal bestaan.
“Nooit meer Gaza” als verwijzing naar “Nooit meer Auschwitz.” De zin die iets verderop, in het door Jan Wolkers ontworpen Auschwitz-monument staat gegraveerd.
Hoezeer ik de woede en wanhoop over de verwoestende oorlog die Israël voert ook begrijp, historisch gezien was het wellicht beter geweest een andere zin te parafraseren. Eén die bijvoorbeeld verwijst naar de politionele acties. Nooit meer Rawagede of nooit meer Zuid-Celebes. Maar dat zijn plaatsen die vrijwel niemand in Nederland iets zeggen en waar we geen beroemd monument voor hebben.
Zoals ieder land staan ook wij liever stil bij de misdaden van een ander dan bij de door onszelf begane oorlogsmisdaden.
Mijn broer had de foto nog maar net in de appgroep geplaatst of mijn moeder reageerde met een foto van een gedicht, dat door de gemeente Amsterdam op een bordje in hetzelfde park bleek te zijn geplaatst.
Het vers, dat door dichter J.H. van Geemert werd geschreven, luistert naar de naam:

Laat ik beginnen met de eerste strofe: Als je hier wacht: “Verdeel je Wertheims geld.” De suggestie is dat A.C. Wertheim, die dit park naar zich vernoemd kreeg, oneindig veel geld had, dat verdeeld diende te worden.
Maar zo zat het natuurlijk niet.
Hij kreeg dat park naar zich vernoemd omdat hij op het gebied van filantropie zijn tijd ver vooruit was. Wertheim verdeelde structureel een deel van zijn eigen vermogen onder brede lagen van de bevolking. Er had beter kunnen staan: Als je hier wacht, verdeel je net als Wertheim een structureel deel van je eigen geld onder alle lagen van de samenleving.
Misschien is het de overgevoeligheid van een achter-achter-achterkleinzoon, of de overgevoeligheid van iemand die net iets te vaak geconfronteerd is met hardnekkige vooroordelen over Joden en geld, maar in tegenstelling tot een activist met een spuitbus mag je van een door de stad gevraagde dichter toch verwachten dat die over ieder woord tenminste goed heeft nagedacht.
Echt kwalijk wordt het pas in de laatste versregels: Als je hier zit, lopen aan de overkant nog altijd mannen met lange baarden en krullen in het zwart.
De dichter bedoelt hier volgens mij Joden. Al moet ik meteen bekennen dat deze Jood, zoals de meeste Joden in Nederland, nog nooit een lange zwarte baard met krullen heeft gedragen.
JDe Portugese synagoge staat vlak bij het Wertheimpark, maar wie daar staat zal geen mannen met baarden en krullen aantreffen. Zoals er in het Vaticaan ook weinig christenen in Staphorster klederdracht rondlopen.
Alle andere synagogen die ooit bij de Plantage in de buurt stonden, zijn niet meer in gebruik.
Het is dus niet duidelijk waar J.H. van Geemert die mannen met baarden en krullen gezien zal hebben. Misschien heeft hij ze verzonnen.
Joden met lange baarden en krullen zal je in de Plantagebuurt niet vaak tegenkomen.
Voor de oorlog trouwens ook niet. Of het moest een klein deel van de Oost-Europese vluchtelingen geweest zijn, die onderweg naar Amerika in Amsterdam gestrand waren. Maar zelfs die zagen er lang niet allemaal uit zoals J.H. van Geemert het zich inbeeldt.
Joden met lange baarden en krullen in het zwart zijn in Nederland bij uitstek een naoorlogs verschijnsel. Hier uit Amerika en Israël heen gevlogen om de vernietigde Joodse gemeentes nieuw leven in te blazen.
De observatie dat hier nog altijd “mannen, met lange baarden, en krullen, in het zwart” lopen getuigt van * onnozelheid.
Dat een gedicht, dat vol zit met fouten en vooroordelen van de gemeente toch een plek in de stad heeft gekregen, bewijst hoe weinig dit land geleerd heeft van haar eigen geschiedenis.
Onthutst klikte ik de foto in de appgroep weg en moest denken aan de broer van mijn moeder, die niet lang na de oorlog Nederland verlied omdat hij vermoede dat Europa niet van haar eigen fouten zou leren.
Hij vertrok naar Israël, niet omdat hij een koloniale fantasie najagde, maar omdat hij in Europa geen gelijkwaardige veilige toekomst voorzag.
Dat er in Israël inmiddels heel veel mis is gegaan, moge duidelijk zijn. Mijn oom zal de laatste zijn om dat te ontkennen.
Toch vroeg ik mij na het zien van twee foto’s in de familie-app af of het besluit van mijn moeder om wel in Nederland een toekomst op te bouwen, zoveel verstandiger is geweest.
hier stond eerst: ” naar kwaadwillendheid riekende ” dat was te kort door de bocht. Het was naar ik vermoed geen kwade wil en her riekte er ook niet naar. Onnozel blijft het wat mij betreft. Daarover vertel ik hier meer.
Luister :https://amsterdamhumanitieshub.nl/projecten/de-joodse-stad/podcast/podcast.html

Volg Micha