15 september 2025

Transitie Journaal: Lolita

Wekelijks presenteert Micha Wertheim op deze plek een Transitie Journaal aan de bezoekers van de Volkskrantwebsite.

Twee jaar geleden moest een Nederlandse schrijver onderduiken omdat hij een verhaal had geschreven over seksueel misbruik. Zijn verweer dat het misbruik in zijn verhaal fictief was, bedoeld om inzicht te geven in de complexiteit van de mens, werd terecht door de Transitiemeute van tafel geveegd. Romans mogen de zuivere moraal nooit in gevaar brengen.

In Rusland, Jeruzalem, de Verenigde Staten en delen van de Europese Unie erkent de politiek het gevaar van romans. In Nederland laat de overheid het vooralsnog afweten. Gelukkig hebben wij Herien Wensink, die deze week een vlammend betoog schreef over Vladimir Nabokovs Lolita. Het probleem, volgens de chef van de kunstredactie van de Volkskrant: ‘Nabokov heeft zijn werk te goed gedaan, de slechtheid van Humbert te subtiel geschilderd, zijn vermomming te voorbeeldig gemaakt.’

Natuurlijk mogen romans na de Transitie blijven bestaan, maar heel goed gemaakte romans, die te subtiel zijn, daar moeten we van af.

Door de lezer met virtuoos taalgebruik te verleiden om mee te gaan in zijn gruwelijke sprookje bewijst Nabokov dat wij mensen in staat zijn onszelf op een verschrikkelijke manier voor de gek te houden. Wie het boek sluit, moet erkennen dat er in ons allemaal een Humbert Humbert zit. Een conclusie waarvan iedere weldenkende Transitionist walgt.

Dat Wensink zich met terugwerkende kracht schaamt voor het feit dat ook zijzelf na lezing in verwarring achterbleef, bewijst niet dat Wensink van vlees en bloed is, maar dat Nabokov zijn werk te goed gedaan heeft.

Voor het gemak maakt Wensink geen onderscheid tussen de hoofdpersoon en de schrijver van de roman. De taal die de verteller gebruikt, is van Nabokov zelf, zo weet ze: ‘Tralies van taal, door Nabokov en Humbert gesmeed.’ Dat Humbert nooit bestaan heeft en Lolita ook niet, doet er niet toe. Te ingewikkeld. Zoals het ook te ingewikkeld is om toe te geven dat wat wij goed en mooi vinden, soms niets anders is dan een gruwelijk waanidee dat ongekende schade kan aanrichten.

Een roman die dergelijke onaangename opvattingen zo overtuigend bij ons onder de aandacht brengt, noemden we vroeger entartet. Beter is het om plechtig stil te staan bij het lot van alle slachtoffers, bestaand en fictief. Want slachtoffer zijn we na de Transitie allemaal.

Waarvan we slachtoffer zijn, daar kunnen we maar beter niet over nadenken. Dat zou de Transitie alleen maar in gevaar brengen.