10 januari 2026

Transitie Journaal Podcast

Wekelijks presenteert Micha Wertheim oeen Transitie Journaal aan de lezers van de Volkskrant

Iedere week bespreken we in de  (TJP) alles wat je moet weten over de Transitie. Om te vieren dat onze podcast acht weken bestaat, gaan we de theaters in.

Op het podium zullen we dezelfde gezonde dosis humor gezelligheid en zelfspot tentoonspreiden die luisteraars van Transitiepodcasters gewend zijn.

Speciaal voor lezers die onze podcast nooit gehoord hebben, volgt hier een kleine transcriptie van hoe het eraan toegaat in onze podcast.

‘Hahahahaha, ja.’
‘Hahaha ja, heel herkenbaar.’
‘Grappig dat je dat zegt.’
‘Haha, ja en hoe je het zegt.’
‘Hihihi, ’t was helemaal niet mijn bedoeling om het grappig te zeggen.’
‘Hahaha, het doet er ook helemaal niet toe toch.’
‘Hihi, ik kan het ook nog een keer zeggen maar dan nog grappiger?’
‘Hahahaha.’
‘Hahaha, ik pis in mijn broek weet je dat?’
‘Hihihi, je maakt een grapje?’
‘Hahahaha!’
‘Hihihi.’
‘Ik moet zo lachen! Hahaha.’
‘Hahaha, hihi.’
‘Ik moet ook zo verschrikkelijk lachen.’
‘Hahaha, o ik dacht even dat je voor de lol moest lachen.’
‘Hahaha, nee man, ik moet lachen omdat dat in mijn taakomschrijving staat.’
‘Hihihihi, ja in die van mij ook!
‘Hahaha, ik dacht al, waarom lach je echt om alles wat ik zeg?’
‘Hahaha, dacht je dat echt?’
‘Hihihi nee, man ik lach al zeven afleveringen, ongeacht wat er gezegd wordt.’
‘Hahaha, echt ik ga hier helemaal stuk.’
‘Hihi, je maakt een grapje?’
‘Hahaha, was dat maar zo, dat gelach staat helemaal los van wat we zeggen toch.’
‘Hihihi, precies dat ja!
‘Waar moet jij om lachen dan?
‘Hihi, ik lach ook omdat ik daar voor ben aangenomen toch.’
‘Hahaha, that’s podcasting.’
‘Hihihi.’
‘Ik wou zo graag dat dit een parodie was! Hahaha.’
‘Ander ik wel, hihihi.’
‘Hoe lang lachen we al?’
‘Hihi, een dikke drie kwartier.’
‘Haha, dan moeten we nog tien minuten lachen, dat gaat wel lukken, toch?’
‘Haha, dat moet lukken, anders maken luisteraars de Transitie naar een podcast waarin nog meer gelachen wordt.’
‘Hihihi, wat een vrolijke boel is het toch.’