17 maart 2026

Transitie Journaal: Boekenclub

Ter gelegenheid van de Boekenweek kwam de boekenclub van het Transitie Journaal deze week bij elkaar. Dit jaar bespraken we een alinea die Joost de Vries afgelopen zaterdag in de Zondag schreef.

‘Cees Nooteboom was de zoon van een vader die omkwam bij het vergissingsbombardement op Den Haag, in maart 1945. Hendrik Groen is niemands zoon, want hij bestaat niet. Hij is een gimmick.’

De vraag die we stelden was: waarom wordt Hendrik Groen een gimmick genoemd en geen pseudoniem? ‘Misschien’, opperde Annabel van de afdeling administratie, ‘is hij bang dat het woord pseudoniem te moeilijk is voor zijn lezers.’ Antoin, redacteur bij het Transitie Journaal dacht van niet: ‘Even verder schrijft hij dat het juist mooi is wanneer lezers op een woord stuiten dat ze niet kennen. Dat dwingt ze tot nadenken. Niet voor niets sluit hij af met: ‘Want wat is er nou leuker dan denken? Het is wat het leven betekenis geeft.’’

Anemoon, die in de kantine werkt, was het daar niet helemaal mee eens. ‘Vrijen, eten, sporten en dansen zijn toch ook leuk.’ Pieter, van de afdeling P&O, vermoedde dat Joost die zin polemisch bedoelde: ‘Joost wil dat we zijn teksten kritisch lezen.’

Wat ons terugbracht bij de vraag waarom Hendrik Groen volgens Joost de Vries een gimmick is, en niet gewoon een nom de plume. ‘Zou hij Mark Twain, George Orwell, Lewis Carroll en Liesbeth List ook als gimmick wegzetten?’, vroeg Pieter zich af. Waar Esther, van beveiliging, aan toevoegde: ‘Is het niet wonderlijk dat iemand die literatuur serieus neemt, beweert dat een romanpersonage niet bestaat?’

Na een lange stilte zei Annabel: ‘Is Gimmick niet ook de belangrijkste roman van die andere Joost, die literatuur en kunst vooral gebruikte om zichzelf te profileren, die iedere kunstenaar die niet tot de canon behoorde links liet liggen uit angst zelf ontmaskerd te worden, voor wie status boven interesse ging?’

Anoin: ‘Toch knap hoe Joost de Vries ons iedere keer weer intertekstueel aan het denken zet over het feit dat nieuwsgierigheid voor hem ondergeschikt is aan zijn eigen status.’

Pieter: ‘Dat maakt iedere letter die hij schrijft tot ware literatuur.’

Esther: ‘Jammer eigenlijk dat hij echt bestaat.’