22 augustus 2021,

Bram Stoof (tot 22 aug)

Tekst bij opening tentoonstelling Bram Stoof

Welkom bij deze tentoonstelling met stillevens, landschappen en interieurs van Bram Stoof. Ik ga het niet hebben over interieurs, landschappen en stillevens, want die kunt u zo zelf bekijken, u kunt ze zelfs kopen.

Nee, ik ga het hebben over modeltekenen. Niet omdat ik daar zo veel van af weet, maar omdat ik daar niet zo veel van weet. Omdat ik er niet zo veel van af weet ben ik op tekenles gegaan bij Bram. De afgelopen vier jaar heb ik iedere vrijdagochtend modeltekenen. Bram is één van onze docenten. Onze zeg ik, want ons groepje bestaat uit een stuk of tien cursisten waarvan er hier vandaag ook een paar aanwezig zijn.

Modeltekenen is voor iedere figuratieve kunstenaar de belangrijkste oefening die er is. Dat weet ik omdat Bram ons dat bij herhaling vertelt.

Zo’n les gaat als volgt. Wij, de leerlingen, staan in een halve cirkel achter een ezel met daarop een groot vel papier. Tevergeefs proberen we het model dat voor ons staat na te tekenen, maar dat lukt niet.

Wat wonderlijk is, want we houden allemaal heel erg van tekenen, het model staat op een paar meter van ons vandaan. Het model staat stil, dus dat is ook al geen probleem, en toch lukt het ons maar zelden om een tekening te maken die ook maar een beetje lijkt op wat we zien.

Bram heeft ons geleerd om voor we beginnen eerst heel goed te kijken.

Wat is het standbeen van het model. Hoe leunt het.

Bovendien hebben we allemaal een satéprikker van Bram gekregen om te meten waar we naar kijken. Tevens deelt Bram rode plasticfilters uit waar we doorheen kunnen kijken om de vormen en schaduwen beter te kunnen zien.

Dat kan niet mislukken zou je denken.

En toch lukt het ons zelden.

Gelukkig loopt Bram achter ons langs, zoals een schaakgrootmeester tijdens een simultaan langs de speelborden struint, zo wandelt Bram langs onze ezels.  Hij kijkt naar onze tekening, dan naar het model en zegt: ‘Let even op die voet, die is volgens mij veel groter.’

En ja hoor, die voet moet veel groter.

Of hij zegt: ‘Dat hoofd is iets kleiner.’ En ja hoor, het hoofd blijkt kleiner en dus zit er niets anders op dan gummen en opnieuw beginnen.

Vaak, als Bram bij mijn tekening staat en wijst op een knie die verkeerd zit, verweer ik mij door tegen te werpen dat het model haar been tijdens het poseren een beetje verschoven heeft, maar dat is volgens Bram nooit een excuus.

‘Dan pas je dat gewoon aan.’

En ook daar heeft hij natuurlijk gelijk in.

Want dat is waarom modeltekenen volgens Bram zo belangrijk is. Wie een bloem schildert, of een uitzicht, kan altijd een beetje smokkelen door een muurtje wat kleiner te maken, of een extra blaadje te schilderen waar eigenlijk geen blaadje zat. Maar bij een modeltekening kan dat niet. Je kan niet een extra vinger toevoegen om de hand te laten kloppen. Zodra iets niet klopt, zie je dat meteen.

Weer heeft Bram gelijk. Al is het wel wonderlijk dat wij bij onze eigen tekening vaak pas zien dat iets niet klopt, als Bram naast ons staat en met ons meekijkt.

Maar ook daar is een verklaring voor. Want, en dat is waar Bram iedere les bij ons op hamert. De kunst is om te tekenen wat je ziet. Niet wat je denkt dat je ziet.

We denken dat we een neus zien, maar in wezen zie je die nooit. Je ziet een optelsom van lijnen, schaduwen en vlakken die samen een neus vormen.

Wij mensen, zo herhaalt Bram tijdens iedere les weer, zijn erg gehecht aan wat we denken te zien. We hebben wat hij noemt, een emotionele relatie tot wat we zien. Daarom willen we bij een portret ook altijd met de ogen beginnen. Want daar kijken we naar. Die denken we te zien. Maar een gezicht, en een lichaam, bestaan uit veel meer vormen. Abstracte vormen, die we over het hoofd zien omdat we steeds in de val trappen die we voor onszelf hebben gezet. De val te denken dat we weten waar we naar kijken.

Dat weten wat je ziet, is heel handig als je iemand ergens op wil wijzen, maar als je echt moet kijken, gaat het in de weg zitten.

De enige manier om dat wat we zien, gelijkend na te tekenen, is door het in ons hoofd terug te brengen tot een abstractie. Een optelsom van alle vormen en kleuren die we zien, als we even geen betekenis geven, aan wat we denken te zien. Daarmee is het dus de kunst om afstand te nemen van wat je weet. En daarmee van wie je bent.

En dat, is een haast mystieke oefening.

U kent misschien de kleurplaten van Ravensburger waarbij je allemaal vakjes ziet met nummertjes. Ieder nummertje staat voor een kleur. Als je de juiste kleuren op de juiste nummertjes smeert, krijg je een perfect gelijkend schilderij.

Wat we van Bram leren, is om alles wat we denken te herkennen uit te schakelen zodat er alleen abstracte vormen over blijven. Vormen zonder nummertjes, maar die wel als een puzzel op het papier weer in elkaar passen.

‘Tekenen,’ zei Bram tijdens een les een keer, ‘is iets in je zelf bestrijden.’

Tekenen is je eigen vooringenomenheid, je eigen gewenning, je eigen ingesleten patronen bestrijden. Je eigen emotionele relatie tot dat waar je naar kijkt bestrijden.

Bestrijden wat je denkt te zien om te zien wat er echt te zien is.

We denken dat we weten wat we zien, maar zoals wel vaker zit ons denken in de weg tussen ons zelf en wat we waarnemen. Tussen wie we zijn en waar de onderdeel van uitmaken.

Ik vind dat een heel geruststellende gedachte. Dat we onszelf in de weg zitten.

Want ook als we iets niet mooi vinden, of saai, betekent dat vaak dat we gewoon beter moeten kijken. Dat we nog niet goed genoeg gekeken hebben. Dat we ons zelf in de weg staan.

Dat maakt de tekenles van Bram zo verschrikkelijk leuk. Van Bram heb ik niet heel goed leren tekenen, daar is talent voor nodig. Maar wel heb ik heel goed leren erkennen hoe waardevol het is om beter te leren kijken.

Na afloop van een les is het soms net alsof je een pilletje op hebt. Zo helder zijn de kleuren. Zo elegant de vormen.

Ook dat is een metafoor die ik uit Brams mond heb opgetekend.

Maar het is wel waar. Als je goed kijkt, is er opeens veel meer te zien. Er is veel meer te beleven. Zoveel, dat wie goed kan kijken, nooit raakt uitgekeken.

Toen we vorig jaar door corona plotseling allemaal opgesloten zaten in ons eigen huis, gingen onze tekenlessen van Bram niet door.

Net als zijn leerlingen zat ook Bram opgesloten in zijn eigen huis. Met dat verschil dat het Bram lukte om te ontsnappen. Door zijn penselen te pakken en opnieuw heel goed om zich heen te kijken. Naar de muren van zijn eigen kamer.

Het resultaat van die geslaagde ontsnapping, hangt hier vandaag voor iedereen tentoongesteld.

Micha Wertheim



Delen
Volg Micha ook op   facebook twitter