12 november 2017

Over Louis C.K. Laten we de maker niet te belangrijk maken

 

Afgezien van de vraag of je een relatie meteen moet verbreken op het moment dat je er achter komt dat je partner een keer met iemand anders naar bed is geweest, vraag ik mij vooral af of het verstandig is om de relatie die je hebt met een kunstenaar te vergelijken met de relatie die je hebt met je levenspartner.

Om te beginnen kent Ron Rijghard Louis C.K. niet. Hij kende hem niet voor bekend werd dat hij vrouwen gevraagd en ongevraagd liet kijken toen hij masturbeerde, maar hij kent hem nu nog steeds niet. Het enige dat we weten van C.K. is wat hij ons via zijn werk heeft verteld. Natuurlijk, in dat werk heeft hij verteld over wie hij is, maar we weten als publiek niet wat daarvan waar is. Als hij op het podium vertelt hoe hij op 11 september alweer stond te masturberen, weten we niet of dat waar is, of dat hij ons daarmee iets over de menselijke conditie wil vertellen. Dat doet er ook niet toe, omdat alleen de boodschap over de menselijke conditie van belang is.

In talkshows en bijvoegsels van kranten willen journalisten altijd weten wie de persoon achter het werk is. Veel makers genieten van die aandacht en vertellen graag over hun diepste geheimen. Of ze wekken de indruk dat te doen. Die nieuwsgierigheid bij het publiek is goed te begrijpen. Toen bekend werd dat Prince Charles erover fantaseerde een tampon in zijn geliefde te zijn, wilde iedereen daar het fijne van weten. Maar we moeten het bevredigen van onze nieuwsgierigheid niet verwarren met het zoeken naar relevante informatie.

Het helpt natuurlijk niet dat kunstenaars en critici graag de suggestie wekken dat kunst voor ons een moreel baken moet zijn. Eerder dit jaar, kreeg ik veel kritiek toen ik in een lezing verklaarde dat kunst voor mij vooral een amorele vrijplaats is, waar we vrij van een moreel oordeel onze eigen moraal kunnen onderzoeken. Maar zelfs wie wil geloven dat kunst ons politiek de goede kant op kan wijzen, doet er verstandig aan niet te denken dat de maker van die kunst in zijn of haar gedrag samenvalt met het werk. Kunstenaars zijn geen politici. En zelfs politici zijn maar mensen. Het feit dat het electoraat dat vaak maar moeilijk kan verkroppen, geeft alleen maar aan hoezeer er behoefte is aan een amorele ruimte waarin het menselijk tekort zonder consequenties kan worden onderzocht.

De ironie wil dat juist het werk van Louis C.K. licht schijnt op de gemankeerdheid van de mens. Op het podium neemt hij daarbij zichzelf als uitgangspunt. In de vele tv-series waar hij aan werkte, bleken de personages die hij opvoerde keer op keer van binnen veel minder mooi dan ze van buitenaf leken. In die tegenstrijdigheid zat het drama en de humor, die afgaand op zijn populariteit voor veel mensen herkenbaar was. Ook de film die hij maakte en die we misschien nooit te zien krijgen, ging over de gecompliceerde relatie tussen seksualiteit en moraal. Dat Louis C.K. zich heeft misdragen, heeft hij inmiddels zelf toegegeven, maar persoonlijk verbaast het mij niet dat iemand die zo schrijft over de donkere kant van het menselijk bestaan zelf ook een donkere kant blijkt te hebben.

Natuurlijk had ik liever gehad dat dat niet zo was. Maar dat is nu net waarom het een duistere kant is. Hoe hij met de gevolgen van die donkere kant omgaat is iets tussen hem en zijn slachtoffers. Geen van beide partijen heeft daar mijn verontwaardiging bij nodig.

Een kunstenaar is in mijn ogen niets meer of minder dan een ambachtsvrouw of -man. Iemand die iets weet te maken dat ons raakt, vermaakt en even optilt. De relatie tussen het publiek en een kunstwerk is er een waar de maker niet tussen zou moeten staan. Als iemand een roman schrijft over seksueel misbruik hoef ik niet te weten of de schrijver wel of niet misbruikt is of iemand heeft misbruikt. De roman is op het moment dat ik die oppak iets waar de schrijver niet meer over gaat. Zoals een vioolbouwer niets te maken heeft met de relatie tussen de viool en de violiste die erop speelt.

Vorig jaar maakte ik de voorstelling Ergens anders, waar ik tot verbazing van veel bezoekers, zelf niet bij aanwezig was. Aan het begin van die voorstelling, voor het publiek wist dat ik niet in het theater was, luisterde de zaal naar een interview waarin ik vertelde dat ik er vanuit ging dat het publiek het ook zonder mij wel zou redden. Zoals een kind het op een dag zonder zijn of haar ouders moet kunnen stellen. Dat was een grap. Maar wel een met een kern van waarheid. In hetzelfde interview vertelde ik dat je de relatie tussen mij en mijn publiek niet moet overdrijven. „Ik ken de meeste van die mensen niet.” En ook dat was een grap die ik meende. Als maker wil ik mijn publiek zorgvuldig en met liefde tegemoet treden. Maar de relatie die het aangaat met mijn werk, daar sta ik uiteindelijk buiten.

Wie kunst beschouwt heeft zelf de verantwoordelijkheid er iets nieuws van te maken. Wie dat niet wil, of dat nooit heeft geleerd, zal nooit verder komen dan amusement.

In het New York Times-artikel waarin het seksuele wangedrag van Louis C.K. wereldkundig werd gemaakt, werd ook comedian Tig Notaro opgevoerd. Notaro werd wereldberoemd nadat C.K. haar geniale comedyset, waarin ze het publiek vertelde dat ze net gehoord had dat ze een ernstige vorm van kanker had, onder de aandacht van het grote publiek had gebracht.

Notaro was een van de eerste comedians die vonden dat C.K. publiekelijk verantwoording diende af te leggen voor zijn gedrag. Om daar aan toe te voegen dat C.K. haar werk waarschijnlijk onder de aandacht van het grote publiek had gebracht om zijn eigen sporen te wissen. Die laatste gedachte vind ik van een cynisme waar ik koud van word. De gedachte dat alle goede dingen die iemand gedaan heeft alleen voortkomen uit een poging zijn donkere kanten te verhullen, verraadt een mensbeeld dat mijlenver verwijderd is van het mijne. Een mensbeeld waarin alleen mensen met volkomen zuiver geweten recht van spreken hebben. Waarin wordt afgestevend op een wereld waarin iedereen die zich misdragen heeft moet worden afgeschreven en weggezet. Een mensbeeld dat in mijn ogen rechtstreeks leidt naar een leugenachtige wereld. Een onhaalbare dystopie, waarin geen behoefte meer zal zijn aan satire, omdat alles en iedereen in volkomen harmonie samen leeft.

Drie jaar geleden mocht ik comedian Notaro met haar vriendin rondrijden door Nederland. Ze trad dat weekeinde in de Amsterdamse comedyclub Toomler op met een meedogenloos grappige en intelligente voorstelling. Tijdens het ritje vertelde ik haar dat ook ik ooit op het podium verteld had dat ik schildklierkanker had, nog voor de behandeling goed en wel begonnen was. Notaro reageerde door te vertellen dat een vriend van haar zijn schildklierkanker had genezen door gezonder te gaan eten. Persoonlijk ben ik van mening dat mensen die dat soort praatjes rondstrooien niet alleen kwetsend zijn voor hen die niet genezen van kanker, ik geloof ook dat ze levensgevaarlijk zijn voor patiënten die daardoor afzien van een reguliere behandeling omdat ze denken dat gezond eten genoeg is.

Maar Tig Notaro is geen arts. Ze is ook geen moreel voorbeeld voor mij omdat ze kanker heeft gehad. Ze is de vrouw die een aantal voorstellingen heeft gemaakt waar ik zeer van genoten heb, omdat ze me even hebben verzoend met hoe kwetsbaar en oneerlijk het leven is. Dat die vrouw in het echt minder indruk op mij maakte dan haar werk, was jammer, maar doet aan haar werk niets af.

Dat gezegd hebbend lijkt het me voor C.K. niet eenvoudig om weer iets te maken nu wij weten dat hij nare dingen heeft gedaan. Toch ben ik niet bereid afstand van zijn werk te nemen. Dat werk is inmiddels van ons. Ik houd ervan. Hij heeft het ons gegeven, en eens gegeven blijft gegeven. Datzelfde geldt voor het oeuvre van schrijvers als Wolkers, Reve, Achterberg, Céline en veel andere kunstenaars met een twijfelachtige persoonlijke reputatie, wier werk inmiddels van ons allemaal is. Mocht Louis C.K. ooit weer iets maken, dan ben ik daar wel benieuwd naar. Niet omdat ik hem iets vergeven heb. Zoals gezegd is dat iets tussen hem en de mensen die door hem beschadigd te zijn. Nee, ik ben benieuwd omdat wat hij maakt precies gaat over de contradicties van het mens zijn. Contradicties waar ik iedere dag tegenaan loop, en die ik beter heb leren accepteren dankzij zijn eerdere werk.

Liefde laat zich, zoals Ron Rijghard in zijn reactie terecht schrijft, moeilijk temmen. Maar ze is dan ook geen wijze raadgever. Liefde is iets dat wij projecteren op een ander. Wie besluit samen te leven met iemand die hij lief heeft, zal moeten accepteren dat de persoon op wie die liefde geprojecteerd is nooit het perfecte wezen is dat we zouden willen dat hij of zij is. Wie liefde voelt voor een kunstenaar die hij niet kent, moet zich afvragen waar die liefde vandaan komt. Zoals we zelf ook moeten accepteren dat we niet de persoon zijn die we zouden willen zijn. Kunst in het algemeen, en zeker het werk dat Louis C.K. tot nu toe maakte, kan ons verzoenen met die discrepantie. Al was het maar zodat als onze partner een keer vreemdgaat, we daar misschien net iets minder door geschokt zijn, en misschien zelfs een poging durven wagen om toch weer samen verder te gaan.

De theatervoorstelling Ergens anders is in de nacht van 19 op 20 november te zien op NPO3, en daarna terug te kijken op uitzendinggemist.nl.

Delen
Volg Micha ook op   facebook twitter