26 december 2005

kerstverhaal

Het is al weer 3 jaar geleden dat ik met kerst opgesloten zat in een loden kamer met uizicht over heel Amsterdam.
Het begon allemaal toen ik een bobbel in mijn keel voelde die daar niet hoorde. Er waren volgens mijn huisarts heel verklaringen voor die bobbel, dus ik hoefde niet meteen aan kanker te denken. Dat deed ik toch en ik kreeg gelijk. 
Het gekke is dat wanneer je hoort dat je kanker hebt, je eigenlijk al precies weet hoe je moet reageren nog voor je zo reageert. Het is alsof je midden in een verhaal terecht komt dat je al honderd keer gezien hebt. Huilen, ouders bellen, bang zijn, en in mijn geval, gerust gesteld worden door de artsen. Mijn kanker was goed te behandelen.
Vanaf het moment dat ik die bobbel voelde had ik eigenlijk het idee dat ik de hoofdrol speelde in een slecht film. Zo één die RTL4 op woensdag uitzend over waargebeurde verhalen. Geen bijzondere film, maar wel een hoofdrol.
Iedere keer dat ik iemand vertelde dat ik kanker had, bekroop mij het gevoel dat ik eigenlijk een heel slechte grap vertelde. Tegelijkertijd vond ik het ook wel spannend om er over te beginnen. Kijken hoe mensen reageren. De meeste mensen leken het script van de slechte film ook goed te kennen. Mijn kamer stond vol bloemen, de telefoon ging vaker wel dan niet, iedere dag lagen er wel kaarten op de deurmat.
Hoe dan ook, uitgerekend op kerstavond was ik toe aan mijn bestraling.
Mijn vriendin was met mij mee gegaan naar het ziekenhuis, en we hadden de kamer waar het zou gebeuren samen bekeken. Een bed, een TV met video, een badkamertje, een bureautje en een wijds uitzicht over de stad.
Een verpleegkundige gaf mij een heel klein pilletje verpakt in een beschermende emmer. Toen ik het pilletje via een speciaal buisje had doorgeslikt vertrok de verpleger die op afstand had staan kijken, en schoof als een gek de loden deuren achter zich dicht.
Het werd een rustige kerst. Niemand mocht mijn kamer in, en ik mocht er niet uit. Door het raam kon ik zwaaien naar mijn vriendin en mijn broer die ver beneden mij, op de stoep stonden te wuiven. Langzaam werd het donker op straat. Achter de ramen verschenen vonkellende kersboompjes.
Die avond werd er een enveloppe onder de loden deur door geschoven: een kerstwens van het ziekenhuispastoraat. Met de tekst: “We zijn voorbestemd om te stralen.”
ziek