14 april 2019

O.V.T Batsheva dans

Twee weken geleden zat ik in de Utrechtse Stadschouwburg om te kijken naar de Batsheva Dance Company, mijn favoriete dansgezelschap.

De voorstelling speelde zich af op een veld. Soms leken de dansers te bewegen zoals dieren die het veld gebruiken om er te jagen, te grazen of te broeden. Dan weer bewogen ze zich over het veld als spelende kinderen of als volwassenen die lust en liefde afwisselden met ruzie en eenzaamheid.  Maar zoals onvermijdelijk bij een dansgezelschap dat haar thuishaven heeft in Tel Aviv, werd het veld tegen het einde van de voorstelling in beslag genomen door de mechanische motoriek van soldaten op het slagveld. Op pad om het veld te verdedigen, te veroveren en om er te sneuvelen.

Heel explicit was dat allemaal niet. Het hielp dat ik de titel van de voorstelling, Sadeh, begreep. Dat kwam omdat ik, toen ik net van de middelbare school af was, een jaar in Israël mocht studeren. Mijn nicht, die even oud is, volbracht in die tijd haar militaire dienst als natuurgids op een veld-school. Dienstplichtige soldaten leren in Israël niet alleen vechten, ze krijgen ook les over het land, de cultuur en de natuur die ze geacht worden te verdedigen.

Het was ook in dat jaar, 1992, dat ik voor het eerst kennismaakte met de dansers van Bathseva en de taal van hun inmiddels wereldberoemde choreograaf Ohad Naharin. Een medestudente, die ik altijd dankbaar zal blijven, had een kaartje over voor de opening van het Israël Festival. (een soort Holland Festival, maar dan in Israël.)

Zittend op de trap van het grootste theater van Jeruzalem zag ik hoe de pas verkozen Jitzak Rabin, begeleid door twee bodyguards, onder luid applaus het podium betrad. Hij was net minister-president geworden. Na jaren van rechtse regeringen was het Rabin gelukt een enigszins linkse coalitie te vormen. Naast Rabin stond Sjoelamit Aloni, de leider van de progressieve Meretz-partij. Meer nog dan van Rabin verwachtte de zaal van Aloni dat zij, als minister van onderwijs en cultuur, een frisse seculiere wind door het jonge land zou laten waaien.

Na de politieke toespraken kwamen de dansers van Batsheva op, om verkleed als chassidische joden, te dansen op ‘Echad Mi Yodea’. Een lied dat joden over de hele wereld ieder jaar, ook deze week weer, zingen met Pesach, joods pasen. Een lied over de almacht van God. Maar op het podium ging het vooral over de kracht en de macht van een groep. We zagen hoe de als orthodoxe joden verklede dansers steeds meer in extase raakten van het opzwepende lied. Als één organisme gingen ze staan, sprongen op, klapten voorover, en gingen dan weer zitten. Allemaal, op één danser na, die steeds viel als de rest van het gezelschap ging zitten. Daarna trok hij zichzelf weer omhoog in een poging aansluiting te vinden bij de groep. Om vervolgens opnieuw als enige heel hard te vallen als de rest ging zitten.

Het was alsof Ohad Naharin ons wilde laten zien dat het gevoel van saamhorigheid, dat in een belegerd land als Israël veel sterker is dan waar dan ook, en dat door het ensemble zo verpletterend werd verbeeld. Dat die saamhorigheid altijd ten koste gaat van hen die niet in staat zijn zich aan de groep te conformeren.

Ik vermoed dat die symboliek grotendeels voorbij zal zijn gegaan aan Rabin;een oud-generaal die met zijn starre manier van bewegen en praten in alles het tegenovergestelde leek van de katachtige souplesse die de dansers op het podium tentoonstelde.

Toch denk ik dat veel mensen in de zaal toen hoopten dat Israël onder leiding van Rabin een land kon worden waarin buitenstaanders net iets minder hard zouden hoeven vallen als die ene danser die we steeds keihard tegen de grond zagen slaan.

25 jaar later lijkt er in Israël bitter weinig over van de hoop en energie die toen door de zaal waaide.

Vrijdag vieren wee bij ons thuis Pesach. We eten matzes en herdenken de uittocht uit Egypte. Heet verhaal over hoe joden ooit slaven waren en nu een volk. Aan het einde van de avond die bij ons thuis vooral om veel en lekker eten draait, zingen we ook dit jaar weer Echad Mi Yodea.

En ieder jaar gaan mijn gedachten terug naar die éne danser die steeds op de grond viel als de rest ging zitten.

Wat mij 25 jaar geleden opviel, was hoe hard hij steeds viel.

Waar ik mij nu aan vasthoud, is dat hij na iedere smak toch weer opkrabbelde.

 

Deze column werd geschreven en voorgelezen in opdracht van het VRPO radio programma OVT

Kijk vooral de betoverende documentaire over Choreograaf Ohad Naharin – Mr. Gaga:

: